zaterdag 9 maart 2013

Yari van Haren over de vijzel

Bekijk hier het filmpje van Yari





Een vijzel (waterschroef) schroeft water van laag naar hoog. De vijzel heeft 2 of 3 schroefgangen. Een door een buis omsloten vijzel wordt de tonmolen genoemd. De buis zit vast aan de vijzel. 
De vijzel en de buis draaien allebei rond. Sinds 1630 worden poldermolens met een vijzel toegepast bij diepere malingen wel dieper dan 1,50 meter. Vijzels werden van hout gemaakt.
Sinds 1900 zijn ze ook van staal gemaakt. Ook vind je in de windmolens vijzels met een maat van 1 tot 2,50 meter en de balkdikte is 30 tot 60 cm. 



Een stalen vijzel kan het water 4 tot 5 meter gaan opvoeren. Als de vijzel te snel ronddraait, wordt het water over de balk (vijzelas) gegooid en loopt het rendement ook terug. Een houten vijzel zakt makkelijk door, en heeft meer lekverliezen, waardoor de opvoerhoogte kleiner is.
Bij een vijzel wordt het water voor het grootste gedeelte gedragen door de vijzelkom.  De schroefgangen duwen niet alleen het water omhoog, maar dragen ook een gedeelte van water. De hoeveelheid opgevoerd water hangt onder meer af van de hellingshoek van de vijzel, de plaats van het vulpunt, de diameter van de vijzel, het aantal schroefgangen, de schoepdikte, de diameter van de vijzelbalk en het lekverlies.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten